Algemene voorwaarden

UNIFORME VOORWAARDEN HORECA

Artikel 1 Definities
De Uniforme Voorwaarden Horeca (UVH) zijn de voorwaarden waarop in Nederland gevestigde horecabedrijven, zoals hotels, restaurants, cafés en aanverwante bedrijven (waaronder cateringbedrijven, party-servicebedrijven e.d.), horecadiensten verlenen en horecaovereenkomsten sluiten. De UVH zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel in Woer­den en aldaar ingeschreven onder nummer 40482082. Onder de navolgende woorden wordt in de UVH, en in de aanbiedingen en overeenkomsten waarop de UVH van toepas­sing zijn, telkens het volgende verstaan:

1.1 Horecabedrijf
De natuurlijke of rechtspersoon of vennootschap die zijn bedrijf maakt van het verlenen van horecadiensten.

1.2 Gastheer
Degene die een horecabedrijf vertegenwoordigt bij het afsluiten en uitvoeren van horecaovereenkomsten.

1.3 Verlenen van horecadienst(en)
Het door een horecabedrijf verstrekken van logies en/of eten en/of drank en/of het ter beschikking stellen van (zaal)ruimte en/of terreinen, alles met alle daarbij behorende werkzaamheden en diensten, en alles in de ruim­ste zin van het woord.

1.4 Klant
De natuurlijke of rechtspersoon of vennootschap die met een horecabedrijf een horecaovereenkomst heeft gesloten.

1.5 Gast
De natuurlijke perso(o)n(en) aan wie op grond van een met de klant gesloten horecaovereenkomst één of meer horecadienst(en) moet(en) worden verleend. Waar in de UVH van gast of klant wordt gesproken, wordt zowel gast als klant bedoeld, tenzij uit de inhoud van de bepaling en haar strekking noodzakelijkerwijze voortvloeit dat slechts één van beide bedoeld kan zijn.

1.6 Horecaovereenkomst
Een overeenkomst tussen een horecabedrijf en een klant ter zake een of meer door het horecabedrijf te verle­nen horecadiensten tegen een door de klant te betalen prijs. In plaats van de term horecaovereenkomst wordt soms de term reservering gebruikt.

1.7 Reserveringswaarde
De waarde van de horecaovereenkomst, die gelijk is aan de totale omzetverwachting van het horecabedrijf in­clusief eventueel toeristenbelasting en B.T.W. ter zake een met een klant gesloten horecaovereenkomst, welke verwachting is gebaseerd op de binnen dat horecabedrijf geldende gemiddelden.

1.8 Koninklijke Horeca Nederland
Het Koninklijk Verbond van Ondernemers in het Horeca- en Aanverwante Bedrijf “Horeca Nederland” c.q. de eventuele rechtsopvolger daarvan.

1.9 No-show
Het zonder annulering niet gebruik maken door een gast van een op grond van een horecaovereenkomst te verstrekken horecadienst.

1.10 Groep
Een groep van 10 of meer gasten aan wie door een horecabedrijf horecadiensten moeten worden verleend krachtens een of meer als samenhangend te beschouwen horecaovereenkomsten.

1.11 Individu
Iedere persoon, vallende onder gast of klant, die niet behoort tot een groep volgens bovengenoemde definitie.

1.12 Kurken- en keukengeld
Het bedrag verschuldigd voor het in de ruimten van een horecabedrijf nuttigen van niet door dat horecabedrijf verstrekte drank en/of eten.

1.13 Annulering
De in schriftelijke vorm door de klant aan het horecabedrijf gedane mededeling dat van één of meer overeen­gekomen horecadiensten geheel of gedeeltelijk geen gebruik zal worden gemaakt, dan wel de in schriftelijke vorm door het horecabedrijf aan de klant gedane mededeling dat één of meer overeengekomen horecadiensten geheel of gedeeltelijk niet verstrekt zullen worden.

1.14 Omzetgarantie
Een schriftelijke verklaring van de klant dat ter zake één of meer horecaovereenkomsten door het horecabedrijf minimaal een bepaald bedrag aan omzet door het horecabedrijf zal worden gerealiseerd.

Artikel 2 Toepasselijkheid
2.1 De UVH zijn met uitsluiting van alle andere algemene voorwaarden van toepassing op de totstandkoming en de inhoud van alle horecaovereenkomsten, alsmede op alle aanbiedingen ter zake de totstandkoming van deze horecaovereenkomsten. Indien daarnaast toch andere algemene voorwaarden van toepassing zijn, prevaleren in geval van tegenstrijdigheid de UVH.
2.2 Afwijken van de UVH is slechts schriftelijk mogelijk en van geval tot geval.
2.3 De UVH strekken ook ten behoeve van alle natuurlijke- en rechtspersonen waarvan het horecabedrijf gebruik maakt of heeft gemaakt bij het sluiten en/of uitvoeren van een horecaovereenkomst of een andere overeen­komst of bij het exploiteren van het horecabedrijf.

Artikel 3 Totstandkoming van horecaovereenkomsten
3.1 Een horecabedrijf kan te allen tijde om welke reden dan ook het sluiten van een horecaovereenkomst weigeren, tenzij een zodanige weigering plaatsvindt uitsluitend op één of meer gronden die in artikel 429 quater van het Wetboek van Strafrecht als discriminatie zijn aangemerkt.
3.2 Alle door een horecabedrijf gedane aanbiedingen ter zake de totstandkoming van een horecaovereenkomst zijn vrijblijvend en onder het voorbehoud “zolang de voorraad (c.q. capaciteit) strekt”. Doet het horecabedrijf binnen een redelijke termijn na aanvaarding door de klant een beroep op bedoeld voorbehoud dan wordt de beoogde horecaovereenkomst geacht niet tot stand te zijn gekomen.
3.3 Een horecaovereenkomst voor (een) gast(en) aangegaan door tussenpersonen (cargadoors, reisbureaus, Onli­ne Travel Agents en andere horecabedrijven e.d.), al dan niet in naam van hun relatie(s), worden geacht mede voor rekening en risico van deze tussenpersonen te zijn gesloten. Het horecabedrijf is aan tussenpersonen geen commissie of provisie, hoe ook genaamd, verschuldigd, tenzij schriftelijk uitdrukkelijk anders overeengekomen. De gast(en) en de tussenperso(o)n(en) zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het verschuldigde.

Artikel 4 Optierecht
4.1 Een optierecht is het recht van een klant om eenzijdig de horecaovereenkomst tot stand te doen komen door de enkele aanvaarding van een geldig aanbod van het horecabedrijf.
4.2 Een optierecht kan alleen schriftelijk worden verleend. Een optierecht kan voor een bepaalde of voor een onbe­paalde duur worden overeengekomen. Het optierecht vervalt indien de optiehouder te kennen heeft gegeven geen gebruik te willen maken van het optierecht of indien de bepaalde duur is verstreken zonder dat de optie­houder te kennen heeft gegeven van het optierecht gebruik te willen maken.
4.3 Een optierecht kan door het horecabedrijf niet worden herroepen, tenzij een andere potentiële klant het hore­cabedrijf een aanbod doet tot het sluiten van een horecaovereenkomst ter zake het totaal of een gedeelte van de in optie uitstaande horecadiensten. De optiehouder dient in zo’n geval door het horecabedrijf van dit aanbod op de hoogte te worden gebracht, waarna de optiehouder binnen een door het horecabedrijf te stellen termijn te kennen dient te geven al dan niet van het optierecht gebruik te willen maken. Indien de optiehouder niet binnen de gestelde termijn te kennen geeft gebruik te willen maken van het optierecht, vervalt het optierecht.

Artikel 5 Algemene rechten en verplichtingen van het horecabedrijf
5.1 Het horecabedrijf is, onverminderd het bepaalde in de hiernavolgende artikelen, krachtens de horecaovereen­komst verplicht op de overeengekomen tijdstippen de overeengekomen horecadiensten te verlenen op de in dat horecabedrijf gebruikelijke wijze.
5.2 Het horecabedrijf is gerechtigd op ieder moment zonder opzegtermijn het verstrekken van horecadiensten aan een gast te beëindigen wanneer de gast de huis- en/of gedragsregels overtreedt, of zich anderszins zodanig gedraagt dat de orde en de rust in het horecabedrijf en/of de normale exploitatie daarvan wordt verstoord. De gast dient alsdan op eerste verzoek het horecabedrijf te verlaten. Indien de klant op een andere wijze niet volledig voldoet aan al zijn verplichtingen die hij uit welken hoofde ook jegens het horecabedrijf heeft dan is het horecabedrijf gerechtigd de dienstverlening op te schorten. Het horecabedrijf mag onderhavige bevoegdhe­den slechts uitoefenen indien de aard en de ernst van de door de gast begane overtredingen daartoe naar het redelijk oordeel van het horecabedrijf voldoende aanleiding geven.
5.3 Het horecabedrijf is na overleg met het ter plaatse bevoegd gezag gerechtigd de horecaovereenkomst wegens gegronde vrees voor verstoring van de openbare orde buitengerechtelijk te ontbinden. Maakt het horecabedrijf van deze bevoegdheid gebruik, dan zal het horecabedrijf tot geen enkele schadevergoeding jegens de klant gehouden zijn.
5.4 Het horecabedrijf is niet verplicht enig goed van de gast in ontvangst en/of in bewaring te nemen. Het voor­gaande houdt in dat het horecabedrijf niet verantwoordelijk en/of aansprakelijk is voor schade, verlies of diefstal van enig goed van de gast, welke het horecabedrijf geweigerd heeft om in ontvangst en/of bewaring te nemen.
5.5 Indien het horecabedrijf voor het in ontvangst en/of in bewaring nemen van goederen enig bedrag aan de gast in rekening brengt, moet het horecabedrijf op die goederen letten als een goed huisvader, onverminderd het bepaalde in artikel 12.
5.6 Het horecabedrijf is niet verplicht enig huisdier van de gast toe te laten en kan aan de toelating voorwaarden verbinden. Voor de toelating van assistentiehonden gelden de wettelijke regeling(en), inclusief de daarin aan­gegeven uitzonderingen.

Artikel 6 Algemene verplichtingen van de gast
6.1 De gast is verplicht om zich aan de in het horecabedrijf geldende huis- en gedragsregels te houden en de redelijke aanwijzingen van het horecabedrijf op te volgen. Het horecabedrijf moet de huis- en gedragsregels op een duidelijk waarneembare plaats kenbaar maken of schriftelijk verstrekken. Redelijke aanwijzingen mogen mondeling worden gegeven.
6.2 De gast is verplicht om mee te werken aan redelijke verzoeken van het horecabedrijf in het kader van diens wettelijke plichten omtrent onder andere veiligheid, identificatie, voedselveiligheid/hygiëne en beperking van overlast.

Artikel 7 Reserveren
7.1 Indien de gast niet binnen een half uur na het gereserveerde tijdstip is gearriveerd kan het horecabedrijf de reservering als geannuleerd beschouwen, onverminderd het bepaalde in artikel 9.
7.2 Het horecabedrijf kan voorwaarden verbinden aan de reservering.

Artikel 8 Horecadienst bestaande uit het verstrekken van logies en/of het ter beschikking stellen van (zaal)ruimte en/of terreinen
8.1 Het horecabedrijf communiceert in het geval van logies vooraf over het tijdstip waarop de accommodatie ter beschikking van de gast wordt gesteld en voor welk tijdstip de gast dient te hebben uitgecheckt.
8.2 Tenzij anders is overeengekomen is het horecabedrijf gerechtigd om de reservering voor logies als vervallen te beschouwen wanneer de gast zich niet op de eerste gereserveerde dag om 18.00 uur bij hem heeft gemeld, of de gast niet tijdig heeft aangegeven op een later tijdstip te zullen arriveren en het horecabedrijf daartegen geen bezwaar heeft gemaakt. Het voorgaande geldt, onverminderd het bepaalde in artikel 9.
8.3 Het horecabedrijf is gerechtigd om van de gast te verlangen dat deze genoegen neemt met een andere, gelijk­waardige accommodatie omtrent logies dan wel (zaal)ruimte en/of terreinen dan volgens de horecaovereen­komst ter beschikking gesteld zou moeten worden. De gast kan dit alternatief weigeren. De gast heeft in dat laatste geval het recht om met onmiddellijke ingang de horecaovereenkomst waarop voormeld verlangen van het horecabedrijf betrekking heeft te beëindigen, onverminderd zijn verplichtingen uit hoofde van andere hore­caovereenkomsten.

Artikel 9 Annuleringen
9.1 Deze wordt uitsluitend schriftelijk of per email geaccepteerd tot 14 dagen voordat het evenement zal plaatsvinden. Bij een annulering tussen 10 en 5 dagen voordat het evenement zal plaatsvinden, brengen wij u 25% van de overengekomen prijs in rekeinng en bij annulering tussen de 4 dagen en een dag voor het evenemet zal plaatsvinden, brengen wij 50% van de overeengekomen prijs in rekening. Wordt voorgenoemde clausule niet in acht genomen dan brengen wij het gereserveerde bedrag in rekening.

Artikel 10 Waarborgsom en tussentijdse betaling
10.1 Het horecabedrijf kan van de klant verlangen dat deze onder het horecabedrijf een waarborgsom deponeert. Ontvangen waarborgsommen worden deugdelijk geadministreerd, dienen uitsluitend tot zekerheid voor het horecabedrijf en gelden uitdrukkelijk niet als reeds gerealiseerde omzet. Tot meerdere zekerheid van het hore­cabedrijf kan deze van de klant verlangen zijn medewerking te verlenen aan het verstrekken van de benodigde gegevens, waaronder het maken van een afdruk of kopie van de creditcard van de klant, teneinde de waarborg­som en de mogelijkheid tot het uitwinnen daarvan zo veel als mogelijk zeker te stellen.

10.2 Het horecabedrijf kan steeds tussentijds betaling verlangen van reeds verleende horecadiensten.

10.3 Het horecabedrijf mag zich verhalen op het ingevolge de voorgaande bepalingen gedeponeerde bedrag ter zake al datgene wat de klant uit welken hoofde ook aan hem verschuldigd is. Het overschot dient door het horecabe­drijf onverwijld aan de klant te worden terugbetaald.

Artikel 11 Omzetgarantie
Indien een omzetgarantie is afgegeven is de klant verplicht ter zake de betreffende horecaovereenkomst(en) tenminste het in de omzetgarantie bepaalde bedrag aan het horecabedrijf te betalen.

Artikel 12 Aansprakelijkheid van het horecabedrijf
12.1 Het horecabedrijf is tegenover de gast aansprakelijk voor schade die het gevolg is van een tekortkoming door het horecabedrijf in de nakoming van de overeenkomst, tenzij die tekortkoming niet kan worden toegerekend aan het horecabedrijf dan wel aan personen van wier hulp het horecabedrijf bij de uitvoering van de overeen­komst gebruik maakt.
12.2 Onverminderd het bepaalde in artikel 5.5 is het horecabedrijf niet aansprakelijk voor beschadiging of verlies van goederen, die in het horecabedrijf zijn meegebracht door een gast die daar zijn intrek heeft genomen. De klant vrijwaart het horecabedrijf tegen aanspraken van gasten ter zake. Het hier bepaalde geldt niet voor zover de beschadiging of het verlies te wijten is aan opzet of grove schuld van het horecabedrijf.
12.3 Voor schade aan of met voertuigen van de gast veroorzaakt, is het horecabedrijf niet aansprakelijk behoudens indien en voor zover de schade het rechtstreeks gevolg is van opzet of grove schuld van het horecabedrijf.
12.4 Het horecabedrijf is niet aansprakelijk voor schade direct of indirect aan wie of wat ook ontstaan als direct of indirect gevolg van enig gebrek of enige hoedanigheid of omstandigheid aan, in of op enig roerend of onroe­rend goed waarvan het horecabedrijf houder, (erf)pachter, huurder dan wel eigenaar is of dat anderszins ter beschikking van het horecabedrijf staat, behoudens indien en voor zover de schade het rechtstreeks gevolg is van opzet of grove schuld van het horecabedrijf.
12.5 Aansprakelijkheid van het horecabedrijf is beperkt tot het bedrag dat redelijkerwijs te verzekeren valt.
12.6 Indien voor de gast aan de in bewaring gegeven goederen, waarvoor een vergoeding als bedoeld in artikel 5.5 in rekening wordt gebracht, schade ontstaat, is het horecabedrijf verplicht de schade aan deze goederen ten gevolge van beschadiging of vermissing te vergoeden. Schadevergoeding is niet verschuldigd terzake in de afgegeven goederen aanwezige andere goederen.
12.7 Indien het horecabedrijf goederen in ontvangst neemt of indien goederen op welke wijze dan ook waar dan ook door wie dan ook worden gedeponeerd, bewaard en/of achtergelaten zonder dat het horecabedrijf daarvoor enige vergoeding bedingt, dan is het horecabedrijf niet aansprakelijk voor schade aan of in verband met die goederen op welke wijze dan ook ontstaan tenzij het horecabedrijf opzettelijk deze schade heeft toegebracht, of de schade het gevolg is van opzet of grove schuld van het horecabedrijf. In alle gevallen geldt dat het hore­cabedrijf niet gehouden kan worden tot vergoeding van schade van goederen die zich bevinden in goederen die worden gedeponeerd, bewaard of achtergelaten, ongeacht of het horecabedrijf daarvoor enige vergoeding bedingt.

Artikel 13 Aansprakelijkheid van de gast en/of klant
13.1 De klant en de gast en degenen die hem vergezellen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die voor het horecabedrijf en/of enige derde is en/of zal ontstaan als direct of indirect gevolg van een toerekenbare tekort­koming en/of onrechtmatige daad, waaronder overtreding van de huisregels is begrepen, begaan door de klant en/of de gast en/of degenen die hem vergezellen, alsmede voor alle schade die is veroorzaakt door enig dier en/of enig goed waarvan zij houder zijn of die onder hun toezicht staan.

Artikel 14 Afrekening en betaling
14.1 De klant is de in de horecaovereenkomst overeengekomen prijs verschuldigd. De prijzen worden vermeld op lijsten die door het horecabedrijf op een voor de gast zichtbare plaats zijn aangebracht of zijn opgenomen in een lijst die aan de klant, desnoods op diens verzoek, wordt overhandigd of die via digitale bronnen toeganke­lijk is voor de klant. Een lijst wordt geacht voor de klant zichtbaar aangebracht te zijn indien deze zichtbaar is in de normaal toegankelijke ruimten van het horecabedrijf.
14.2 Voor bijzondere diensten, zoals het gebruik van garderobe, garage, safe, wasserij of stomerij, telefoon, internet, wifi, roomservice, t.v.-huur e.d. kan door het horecabedrijf een extra vergoeding in rekening worden gebracht.
14.3 Alle rekeningen, daaronder mede begrepen rekeningen ter zake annulering of no-show, zijn door de klant verschuldigd op het moment dat ze aan hem worden gepresenteerd. De klant dient voor contante betaling of betaling per bank of giro zorg te dragen, tenzij anders overeengekomen.
14.4 De gast en de klant zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle bedragen die één van hen of beiden aan het hore­cabedrijf uit welken hoofde ook verschuldigd zijn. Horecaovereenkomsten worden behoudens andersluidend beding geacht mede namens elke gast gesloten te zijn. Door te verschijnen geeft de gast te kennen dat de klant bevoegd was hem bij het sluiten van de betreffende horecaovereenkomst te vertegenwoordigen.
14.5 Zolang de klant niet geheel aan al zijn verplichtingen jegens het horecabedrijf heeft voldaan is het horecabedrijf gerechtigd om alle goederen welke door de klant in het horecabedrijf zijn meegebracht onder zich te nemen en te houden, totdat de klant ten genoegen van het horecabedrijf aan al zijn verplichtingen jegens het horecabe­drijf heeft voldaan. Naast een retentierecht komt het horecabedrijf in voorkomend geval een pandrecht toe op de betreffende goederen.
14.6 Indien andere dan contante betaling is overeengekomen dienen alle facturen, voor welk bedrag ook, door de klant binnen veertien dagen na factuurdatum aan het horecabedrijf te worden voldaan. Indien een factuur wordt gezonden is het horecabedrijf te allen tijde bevoegd een kredietbeperkingstoeslag van 2% van het fac­tuurbedrag in rekening te brengen, welke vervalt indien de klant de factuur binnen veertien dagen voldoet.
14.7 Indien en voor zover tijdige betaling achterwege blijft, is de klant in gebreke zonder dat enige ingebrekestelling zal zijn vereist. Uitsluitend indien de klant een natuurlijk persoon (consument) is, stuurt het horecabedrijf bij achterwege blijven van betaling, eenmalig een ingebrekestelling met een termijn van tenminste 14 dagen om alsnog te betalen.
14.8 Indien de klant in gebreke is moet hij aan het horecabedrijf alle op de inning vallende kosten vergoeden. De buitengerechtelijke inningskosten worden in rekening gebracht volgens de wet.
14.9 Indien het horecabedrijf goederen als bedoeld in artikel 14.5 onder zich heeft en de klant van wie het horecabe­drijf de goederen onder zich heeft gekregen gedurende drie maanden in gebreke is, is het horecabedrijf gerech­tigd deze goederen publiekelijk dan wel onderhands te verkopen en zich op de opbrengst daarvan te verhalen. De aan de verkoop verbonden kosten komen eveneens ten laste van de klant en het horecabedrijf kan zich ook daarvoor op de opbrengst van de verkoop verhalen. Hetgeen na het verhaal van het horecabedrijf resteert, wordt aan de klant uitgekeerd.
14.10 Iedere betaling zal, ongeacht enige door de klant bij die betaling geplaatste aantekening dan wel gemaakte opmerking, worden geacht te strekken in mindering op de schuld van de klant aan het horecabedrijf in de na­volgende volgorde:
De kosten van executie
De gerechtelijke en buitengerechtelijke inningskosten
De rente
De schade
De hoofdsom

14.11 Betaling geschiedt in Euro’s.
Indien het horecabedrijf buitenlandse betaalmiddelen accepteert dan geldt de op het moment van betaling geldende marktkoers. Het horecabedrijf kan daarbij bij wijze van administratiekosten een bedrag in rekening brengen dat overeenkomt met maximaal 10% van het bedrag dat in vreemde valuta wordt aangeboden. Het horecabedrijf kan dit bewerkstelligen door de geldende marktkoers met maximaal 10% aan te passen.
14.12 Het horecabedrijf is nimmer gehouden om andere betaalmiddelen dan contanten te accepteren en kan aan acceptatie van dergelijke andere betaalmiddelen voorwaarden verbinden.

Artikel 15 Overmacht
15.1 Als overmacht voor het horecabedrijf, die maakt dat een eventuele daardoor veroorzaakte tekortkoming het horecabedrijf niet kan worden toegerekend, geldt iedere voorziene of onvoorziene,  voorzienbare of onvoorzien­bare omstandigheid die het uitvoeren van de horecaovereenkomst door het horecabedrijf zodanig bemoeilijkt dat het uitvoeren van de horecaovereenkomst onmogelijk dan wel bezwaarlijk wordt.
15.2 Indien een van de partijen bij een horecaovereenkomst niet in staat is om aan enige verplichting uit die hore­caovereenkomst te voldoen, is hij verplicht de andere partij hiervan zo spoedig mogelijk in kennis te stellen.

Artikel 16 Gevonden voorwerpen
16.1 In het gebouw en aanhorigheden van het horecabedrijf verloren of achtergelaten voorwerpen, die door de gast worden gevonden, moeten door deze zo spoedig mogelijk bij het horecabedrijf worden ingeleverd.
16.2 Van voorwerpen, waarvan de rechthebbende zich niet binnen een jaar na de inlevering daarvan bij het horeca­bedrijf heeft gemeld, verkrijgt het horecabedrijf de eigendom.
16.3 Indien het horecabedrijf door de gast achtergelaten voorwerpen aan deze toezendt geschiedt zulks geheel voor rekening en risico van de gast. Het horecabedrijf is nimmer tot toezending verplicht.

Artikel 17 Kurken- en keukengeld
17.1 Het horecabedrijf kan de gast verbieden om zelf meegebracht eten en/of drinken in het horecabedrijf, daaron­der het terras mede begrepen, te nuttigen. Indien het horecabedrijf het nuttigen van zelf meegebracht eten en/of drinken toestaat, kan het horecabedrijf aan het toestaan daarvan voorwaarden verbinden, waaronder het in rekening brengen van Kurken- en/of keukengeld.
17.2 De in de artikelen 17.1 bedoelde bedragen worden vooraf overeengekomen dan wel, bij gebreke van vooraf­gaande overeenkomst, in redelijkheid vastgesteld door het horecabedrijf.

Artikel 18 Toepasselijk recht en geschillen
18.1 Op horecaovereenkomsten is bij uitsluiting Nederlands recht van toepassing.
18.2 Ingeval van geschillen tussen het horecabedrijf en een klant (niet zijnde een natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf) is bij uitsluiting bevoegd de bevoegde rechter in de woonplaats van het horecabedrijf, tenzij krachtens dwingende wetsbepaling een andere rechter bevoegd is en onverminderd de bevoegdheid van het horecabedrijf het geschil te laten beslechten door de rechter die bij gebreke van dit beding bevoegd zou zijn.
18.3 Alle vorderingen van de klant verjaren na verloop van een jaar na het moment waarop zij zijn ontstaan.
18.4 De ongeldigheid van één of meer van de bedingen in deze algemene voorwaarden laat de geldigheid van alle andere bedingen onverlet. Blijkt een beding in deze algemene voorwaarden om enigerlei reden ongeldig, dan worden partijen geacht een geldig vervangend beding overeengekomen te zijn dat het ongeldige beding naar strekking en reikwijdte zoveel mogelijk benadert.